Goju-ryu is een van de vier grote karatestijlen. Het betekent hard-zachte stijl. Go staat voor de hardere, rechtlijnige technieken die vaak met een gesloten vuist worden uitgevoerd. Ju, wat zacht betekent, staat voor de open handtechnieken die gebruikt worden voor het aanvallen, afweren en controleren van de tegenstander. Hieronder vallen ook de klemmen, grepen, worpen, takedowns en worsteltechnieken.

De ontwikkeling van Goju-ryu gaat terug naar Kanryo Higashionna (1853-1916). Higashionna heeft onder veel leraren getraind. In 1873 is hij naar Fuzhou in de Chinese provincie Fujian gegaan waar hij Chinees boksen bestudeerde onder verschillende leraren. In 1882 kwam hij terug naar Okinawa waar hij begon met lesgeven.

Een van zijn leerlingen, Chojun Miyagi (1888-1953), heeft de stijl rond 1929 de naam Goju-ryu gegeven. Rond 1940 heeft hij de kata’s Gekisai Dai Ichi en Ni toegevoegd aan de al bestaande kata’s van het Goju-ryu om beginnende leerlingen te helpen met het aanleren van de basistechnieken uit het Goju-ryu.

Met Gekisai Dai Ichi en Ni kwam het aantal kata’s uit het Goju-Ryu karate op 12 te liggen. Kata’s zijn vastliggende bewegingspatronen van verdedigings- en aanvalscombinaties die een karateka in zijn eentje, zonder partner, uitvoert. Binnen deze 12 kata’s van het goju-ryu ziet men gemakkelijk de invloeden uit Chinese vechtkunsten terug in de ronde bewegingen die in de kata’s worden uitgevoerd. De uitleg van de bewegingen die men in een Goju-Ryu kata oefent, bevatten ook veel meer technieken uit het dichtbij-gevecht dan stoten en trappen.

 

Een ander belangrijk kenmerkend onderdeel van het Goju-Ryu dat men ook makkelijk terug ziet in deze kata’s is het belang van een juiste ademhaling. De kata Sanchin en Tensho zijn hierbij belangrijke kata’s uit het Goju-Ryu; Sanchin voor de meer hardere (Go) technieken, Tensho voor de meer zachtere (Ju) technieken.

De nadruk op ademhaling en vastliggende bewegingspatronen ziet men overigens ook terug in het bekende traditionele Chinese Tai-chi. Hier wordt echter de nadruk meestal meer op de gezondheid dan op de vechtkunst gelegd.